Weleda

De roots van Weleda liggen – letterlijk – in biologische producten. Er zijn genoeg merken die inzien dat consumenten in toenemende mate geïnteresseerd zijn in biologische producten, of dat ze verwachten dat bedrijven duurzaam ondernemen. Daar spelen veel organisaties handig op in. Maar kunnen claimen dat je vanaf je oprichting in 1920 al oog hebt voor het milieu? Dat kunnen er niet veel.

Weleda vormt daar een prettige uitzondering op. Het gezondheids- en verzorgingsmerk is het resultaat van een samenwerking tussen de Zwitserse filosoof en natuurwetenschapper Rudolf Steiner en de Nederlandse vrouwenarts Ita Wegman. Zij vonden elkaar in de antroposofie: een denkwijze die uitgaat van de gedachte dat lichaam, geest en ziel verbonden zijn met de rest van de wereld. Steiner, Wegman en hun team zagen in dat het menselijk lichaam zichzelf goed kan helen, maar hierbij soms wat hulp kan gebruiken. Daarom ontwikkelden ze geneesmiddelen en verzorgingsproducten op natuurlijke basis om het lichaam te ondersteunen. Om deze natuurlijke grondstoffen te produceren legden ze biodynamische tuinen aan. Aan de ingrediënten van Weledaproducten is in de afgelopen 90 jaar genoeg veranderd, maar op één vlak zullen ze dat nooit doen: hun merk is hun product, en hun product is de natuur. Duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn vanzelfsprekende waarden binnen Weleda.

Ze zullen bij Weleda niet klagen over de biologische hype en de hipsters die plots alleen nog maar rechtsdraaiende tarwevlokken op hun bord willen. Immers: wanneer je oprecht gelooft in het belang van duurzaam ondernemen, dan juich je het alleen maar toe wanneer jouw collega’s en concurrent hier ook aandacht voor krijgen. Maar bij Weleda is het in geen geval een rage. Zoals ze zelf zeggen: ‘Natuurlijke ingrediënten, duurzame productie en aandacht voor mens en natuur is bij Weleda nog even hip als 90 jaar geleden.’